09/18/2026 | Press release | Distributed by Public on 09/18/2026 08:29
Er komen deze weken geregeld berichten in de media over donoren die zich niet aan de landelijke richtlijnen van donorinseminatie hebben gehouden. Ze hebben zich in het verleden aangemeld als donor bij verschillende klinieken, en hebben daarnaast in privésituaties gedoneerd. Met hun zaad zijn daardoor meer kinderen verwekt dan wettelijk is toegestaan. We begrijpen goed dat mensen ongerust worden van dergelijke berichten. Hoe gaat Rijnstate om met de geldende richtlijnen en hoe informeren we betrokkenen? Dat leggen we graag uit.
Mannen die spermadonor worden bij Rijnstate, tekenen een contract. Daarin leggen we vast dat Rijnstate per donor bij maximaal 12 vrouwen kinderen verwekt, of minder, als de donor dat op prijs stelt. Het minimum is 4. Ook spreken we met de donor af dat hij alleen aan onze spermabank doneert, en niet aan andere klinieken of personen.
Voordat een donor mag starten met donoren, registreren we zijn gegevens bij het College donorgegevens kunstmatige bevruchting (Cdkb) in Den Haag. Vanuit de centrale registratie wordt gecontroleerd of de donor ook bij andere klinieken in Nederland bekend is en voor hoeveel vrouwen zijn zaad nog beschikbaar is. Als blijkt dat de donor al ergens anders gedoneerd heeft en dat er niet voldoende plekken meer beschikbaar zijn, kan hij niet bij Rijnstate doneren.
Een kind dat verwekt is met donorsperma kan vanaf 16 jaar de identiteit opvragen van zijn biologische verwekker. Dit is gebaseerd op de Europese rechten voor het kind, waarin is vastgelegd dat kinderen recht hebben op afstammingsinformatie. Ouders kunnen vanaf de geboorte alleen fysieke en sociale gegevens opvragen en hebben geen recht op inzage in de persoonsgegevens van de donor.
Als een donor alsnog - tegen de afspraken in - bij een andere kliniek doneerde, was dat lange tijd niet te achterhalen. Vanaf 2004 registreerden klinieken wel de gegevens van donoren en behandelingen in hetzelfde landelijke systeem, maar deze gegevens konden niet aan elkaar gekoppeld worden. Zo kon een donor meerdere keren in de registratie staan bij verschillende klinieken, zonder dat iemand dit doorhad.
Dit veranderde in 2025. Door een wetswijziging konden de gegevens wel gekoppeld worden en werd duidelijk dat met het zaad van verschillende donoren meer kinderen zijn verwekt dan wettelijk is toegestaan. Ook werd duidelijk dat sommige donoren bij meerdere klinieken hun zaad hadden gedoneerd.
Rijnstate heeft een beladen verleden als het gaat om de administratie van donorgegevens in ons datasysteem. Na een onderzoek van de Inspectie voor Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) hebben we die administratie op orde gebracht.
Toen vorig jaar, na het koppelen van de gegevens van andere klinieken, bij onze administratie nieuwe feiten aan het licht kwamen, hebben we IGJ op de hoogte gebracht van de aantallen overschrijdingen die in onze kliniek naar boven zijn gekomen. Ook hebben we donoren en wensouders die het betrof, benaderd.
Als er sprake is van een overschrijding, nemen we altijd contact op met de betrokkenen. Dat wil zeggen: we benaderen donoren en wensouders; van de donorkinderen hebben wij geen gegevens.
Toen vorig jaar na de wetswijziging nieuwe overschrijdingen bekend werden, hebben we de betreffende wensouders en donoren per brief benaderd. Zij konden contact opnemen als zij verder geïnformeerd wilden worden. Ruim de helft van de betrokkenen heeft dat gedaan.
Maar let wel: in die situatie mag Rijnstate alleen informeren om welke aantallen het gaat zoals die in de landelijke administratie geregistreerd staan. We beschikken niet over gegevens van donaties die zijn gedaan in de privésfeer of in het buitenland.
Vanwege de wet op de privacy mag Rijnstate ook geen donor-identificerende gegevens delen met ouders, of identificerende gegevens van kinderen delen met donoren.
Dat maakt een gesprek soms ingewikkeld. Rijnstate hecht veel waarde aan openheid en transparantie daar waar we dat kunnen en mogen geven. We staan altiijd open voor contact. In de praktijk merken we dat betrokkenen graag doorpraten over de impact die dit alles heeft op iemands leven, of het gezin.
Waarom mogen we niet meer informatie delen? Zorgprofessionals hebben een beroepsgeheim waardoor zij geen gegevens mogen delen met derden. De wensouders en donoren moeten ervan op aan kunnen dat hun behandelaar geen gegevens zoals naam en geboortedatum, deelt met anderen. Alleen de kinderen geboren uit een donatie kunnen na hun 16e levensjaar via het Cdkb de naam, geboortedatum en woonplaats van de donor krijgen. Zelfs in een zaak van een massadonor zijn we gehouden aan deze geheimhoudingsplicht.
Donoren doorlopen een uitgebreide screening voordat zij donor worden bij Rijnstate. We hanteren een donorlimiet van 12 vrouwen per donor; lesbische stellen waarbij beide vrouwen zwanger willen worden, ontvangen ieder een eigen code. Daarmee bewaken we de grenzen van wat wettelijk is toegestaan en hanteren we een extra marge
Als bekend wordt dat een donor zijn zaad buiten de kliniek op andere plekken aanbiedt, stopt Rijnstate de relatie met deze donor en verwijderen we rietjes die eventueel nog in ons beheer zijn.
Lees ook de toelichting van de Nederlandse Vereniging van Obstetrie en Gynaecologie op het meest recente nieuws over een overschrijdingsdonor.