08/26/2026 | Press release | Distributed by Public on 08/26/2026 09:22
Als de samenleving ons nodig heeft, staan we er. Dat geldt ook bij grote natuurbranden. Met een Chinook beschikt Nederland over een van de zwaarste middelen om vanuit de lucht te helpen. Met een Bambi Bucket kan een helikopter ongeveer 7.600 liter water meenemen: ruim twee keer zoveel als de watertank van een gemiddelde brandweerauto. Juist op plekken die vanaf de grond moeilijk bereikbaar zijn, kunnen we zo snel blussen.
Deze zomer deden onze Chinooks dat onder meer bij 't Harde, Venray, Ouddorp en in de Hoge Venen in België. Bij Venray dropten ze in twee dagen ruim 1,8 miljoen liter water. Bij iedere inzet haalden onze bemanningen de afgesproken reactietijd van twee uur om de lucht in te gaan. Vaak waren ze zelfs binnen twee uur na een verzoek van de veiligheidsregio al aan het blussen.
Als oud-Apachevlieger weet ik hoe uitdagend helikoptervliegen kan zijn. Maar het blussen van branden met helikopters is een bijzondere tak van sport. Tijdens mijn werkbezoek aan het Defensie Helikopter Commando legden kapitein Michiel, eerste luitenant Matthijs en sergeant-majoor Gijs mij uit hoe zij dit doen. Vliegen met een zware bewegende last onder een Chinook is zeer uitdagend. Daar komt de hitte en rook van de brand bij. Dat vraagt veel van mens en machine, omdat de rook het zicht en het draagvermogen van de heli vermindert. Bovendien moet de helikopterbemanning het water bij voorkeur slechts tien meter boven het vuur lozen, zonder obstakels te raken. Tijdens de vlucht kijkt de bemanning vooruit om te navigeren, maar ook onder de helikopter om positie en last goed in de gaten te houden. De loadmasters aan boord spelen hierbij een belangrijke rol. Zij stemmen via het Mobile Air Operations Team op de grond voortdurend af met brandweerpersoneel. Die coördinatie vraagt vakmanschap, focus en effectieve civiel-militaire samenwerking.
Ik heb grote waardering voor de professionaliteit waarmee de veiligheidsregio's, de brandweer en onze mensen samenwerken. In het bijzonder ben ik trots op de mannen en vrouwen van het Defensie Helikopter Commando en alle andere defensiemedewerkers die bij het blussen van branden betrokken zijn. Zij staan klaar als Nederland hen nodig heeft. Tijdens het droge seizoen is ingeroosterd personeel van het helikoptercommando verplicht om binnen twee uur op de vliegbasis aanwezig te zijn, zodat zij met de helikopter kunnen opstijgen. Zij moeten hun privé-plannen daarop afstemmen. Een weekend of vakantie kan daardoor zomaar in duigen vallen. Partners en gezinnen moeten zich dan aanpassen. Dat vraagt veel van hen, en daarvoor heb ik grote waardering.
Zowel bij natuurbranden in Nederland als in het buitenland steunt Defensie de civiele autoriteiten daar waar het kan. Als de samenleving ons nodig heeft, heeft die inzet prioriteit boven geplande oefeningen. Wel moeten onze opleidingen door blijven gaan. En daar zit spanning op. Het personeel dat we inzetten om te blussen zijn namelijk dezelfde ervaren collega's die nieuw personeel opleiden. Ook moeten we de helikopters goed onderhouden om ze inzetbaar te houden. Dit vraagt om balans tussen inzet nu en voldoende personeel en kisten om in de toekomst ook te kunnen blussen én vechten.
Binnen die balans steunen we de veiligheidsregio's en de brandweer daar waar we kunnen. De samenleving vraagt, Defensie levert.
Commandant der Strijdkrachten
Generaal Onno Eichelsheim