06/29/2026 | Press release | Distributed by Public on 06/29/2026 02:45
De R&D-uitgaven van de sector zijn de afgelopen jaren vrijwel stabiel gebleven, terwijl de sector sterk groeide. Daardoor daalt de R&D-intensiteit en groeit de technologische basis niet mee met de economische ontwikkeling. Juist in een hoogtechnologische sector als de farmaceutische industrie is dat een waarschuwing. Als Nederland niet blijft investeren in kennis en technologie, bijvoorbeeld voor complexe innovatieve geneesmiddelen zoals celtherapieën, dan verschuiven investeringen, kennis en productie naar die landen wel in R&D blijven investeren.
Volgens de Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen (VIG) laat dit zien dat Nederland, als het zijn ambities voor toekomstig verdienvermogen wil waarmaken, ook de randvoorwaarden voor R&D in de geneesmiddelensector moet versterken. Dat sluit aan bij de adviezen uit het rapport-Wennink, dat life sciences en biotechnologie aanwijst als strategische sector voor het toekomstige verdienvermogen van Nederland. In een wereld waarin ontwikkelde economieën steeds harder concurreren om investeringen, talent, productie en klinisch onderzoek in de strategisch belangrijke geneesmiddelensector, is een sterk vestigingsklimaat doorslaggevend.
Voor internationale bedrijven die bepalen waar zij onderzoek, ontwikkeling en productie onderbrengen, telt het totaalplaatje: beschikbaarheid van talent, ruimte voor publiek-private samenwerking, snelle en voorspelbare procedures en een aantrekkelijk innovatieklimaat. Betere en snellere toegang tot innovatieve geneesmiddelen is daarbij niet alleen van belang voor patiënten, maar ook voor het vestigingsklimaat. Landen die bewezen innovaties sneller beschikbaar maken en die innovaties ook beter waarderen, zijn aantrekkelijker voor vroege introductie, vervolgonderzoek en investeringen.
Diezelfde samenhang geldt voor klinisch onderzoek. Landen met een sterk onderzoeksklimaat trekken eerder studies aan, geven patiënten eerder toegang tot nieuwe behandelingen en bouwen meer kennis en hoogwaardige werkgelegenheid op. Als procedures te complex zijn of innovatieve geneesmiddelen hier te laat beschikbaar komen, wijken studies en investeringen sneller uit naar andere landen.
Volgens de VIG is daarom een geneesmiddelenbeleid nodig dat zich richt op de hele keten, van lab tot patiënt. Betaalbaarheid blijft belangrijk, maar beleid moet innovatie ook beter waarderen en meewegen wat nieuwe behandelingen opleveren voor patiënten, de zorg, klinisch onderzoek en het toekomstige verdienvermogen van Nederland. Alleen zo ontstaat een beleid dat niet alleen beheerst, maar ook versterkt.
Carla Vos, algemeen directeur van de VIG: 'Nederland wil dat life sciences en biotechnologie bijdragen aan het toekomstige verdienvermogen. Dan moet Nederland innovatie ook beter waarderen. Een geneesmiddelenbeleid dat vooral op kostenbeheersing is gericht, heeft schadelijke bijwerkingen: voor patiënten, voor klinisch onderzoek en voor onze economie. Als nieuwe behandelingen hier later beschikbaar komen, loopt het niet alleen gezondheidswinst mis, maar ook investeringen, kennis en banen.'
De inzet is daarmee groot. In een geopolitieke context waarin landen steeds bewuster kiezen welke strategische sectoren zij willen versterken, kan Nederland het zich niet veroorloven om achterop te raken in geneesmiddeleninnovatie. Betere toegang tot innovatieve geneesmiddelen, een sterker klimaat voor klinisch onderzoek en meer waardering van innovatie zijn nodig om patiënten sneller te helpen én om Nederland aantrekkelijk te houden voor R&D-investeringen in een sector van strategisch en economisch belang.
Uit eerdere casestudies door TNO naar België en Denemarken blijkt hoe effectief consistent innovatiebeleid en langjarige zekerheid zijn voor private R&D-investeringen. België laat zien hoe gerichte fiscale maatregelen en aandacht voor het vestigingsklimaat kunnen bijdragen aan een sterke positie in farmaceutische R&D. Denemarken toont hoe een duidelijke nationale koers en publiek-private samenwerking kunnen helpen om R&D-investeringen structureel op een hoog niveau te houden.
Voor Nederland zijn dat relevante voorbeelden: niet omdat beleid één op één kan worden overgenomen, maar omdat ze laten zien dat landen die gericht investeren in kennis, innovatie en strategische sectoren aantrekkelijker worden voor bedrijven die internationaal kiezen waar zij onderzoek, ontwikkeling en productie onderbrengen.