02/27/2026 | News release | Distributed by Public on 02/27/2026 06:00
Wie AI alleen maar als handig hulpje ziet, zal haar ook zo behandelen. Op termijn kost ons dat meer dan we denken, schrijft Vincent Ginis in De Standaard.
Een op de drie werknemers maakt gebruik van artificiële intelligentie op het werk, iets meer dan het Europese gemiddelde. En toch loopt ons land achterop. Niet in gebruik, maar in hoe we het gebruiken. Dat onderscheid kost ons meer dan we denken.
Wat bedoel ik met 'hoe'? De meeste mensen gebruiken AI voor snelle, oppervlakkige taken: een mail herschrijven, een samenvatting genereren, iets kort opzoeken. Handig. Maar niet wat de technologie eigenlijk kan. Het gesprek over AI blijft daardoor op de vlakte, zodat we niet zien dat de fundamenten van de samenleving dooreengeschud worden. We zeggen al gauw dat het resultaat toch tegenvalt, dat AI het toch niet weet, dat het antwoord van ChatGPT evenveel waard is als het antwoord van een waarzegger. En dan gaan we over tot de orde van de dag. Wat eten we ook alweer vanavond?
OpenAI meet hoeveel 'denkvermogen' gebruikers van hun modellen vragen. Een manier waarop dat denkvermogen wordt uitgedrukt, is verrassend prozaïsch: reasoning tokens. Wie bijvoorbeeld om een analyse, een planning of codeertaken vraagt, dwingt het model tot meer reasoning tokens. En net op die maatstaf scoort België onder het Europese gemiddelde, terwijl Polen, Letland, Litouwen, Griekenland en Spanje meer uitdagende opdrachten geven. Dat staat in OpenAI's rapport EU Economic Blueprint. Geen neutrale bron, maar de cijfers zijn er niet minder ongemakkelijk door.
Het verschil in gebruikte reasoning tokens heeft gevolgen die concreter zijn dan ze op het eerste gezicht lijken. Het betekent immers dat we op dit moment een pak minder nuttige realisaties krijgen van de tools dan ze eigenlijk zouden kunnen bieden. Maar erger nog: het ondermaatse gebruik leidt tot onderschatting en dat werkt zelfversterkend. Als je AI alleen ziet als handig hulpje, trek je ook kleine conclusies. Je ziet geen reden om anders te werken, anders op te leiden, anders te investeren.
De Hoge Raad voor de Werkgelegenheid stelde vast dat 39 procent van de Belgische werknemers aangeeft de eigen AI-vaardigheden te moeten versterken. Slechts 14 procent volgde het afgelopen jaar effectief een AI-opleiding. Dat gat, tussen de urgentie die mensen zelf voelen en de stappen die ze zetten, is een deel van het probleem.
Voor wie AI vandaag gebruikt: stel jezelf één concrete vraag. Wat zou ik anders aanpakken als ik morgen vijftig slimme assistenten had die voor mij konden werken? Wat voor problemen geef ik ze? Wat verwacht ik terug? Welke controle bouw ik in? En dan: probeer het. Niet voor een mooiere zin, maar voor een echt probleem. Het verschil in output is verrassend groot, als je het model ook echt laat werken.
Voor beleidsmakers volstaat het niet om te meten hoeveel mensen AI gebruiken. We moeten meten wat ze ermee doen. Zijn het taken die echt tijd en denkvermogen vergen? Of is het vooral cosmetisch gebruik, dat de schijn van modernisering geeft zonder aan de kern te raken? Investeer niet in bewustmaking, maar in echte vaardigheidsontwikkeling.
België is een kenniseconomie. Onze welvaart steunt op wat mensen doen met hun hoofd: analyseren, adviseren, schrijven, beslissen op basis van informatie. Dat zijn precies de taken waar AI nu het snelst inbreekt. Wie dat onderschat, onderschat niet een technologische trend, maar de economische basis van deze regio. Het probleem is niet dat Belgen AI niet gebruiken. Het probleem is dat ze niet begrijpen wat AI werkelijk kan en wat het werkelijk verandert. Dat begrip bepaalt nochtans of onze bedrijven, onze scholen, onze overheden de komende tien jaar competitief blijven. Een kenniseconomie die de aard van kennis ziet veranderen en wegkijkt, speelt hoog spel.
En dan praten we toch weer over het avondeten.