10/27/2026 | Press release | Distributed by Public on 10/27/2026 08:11
In klinische studies onderzoeken artsen en onderzoekers met patiënten of gezonde vrijwilligers bijvoorbeeld nieuwe geneesmiddelen, behandelingen of diagnostiek. Dat geeft patiënten de kans om in een vroeg stadium met een nieuwe therapie te worden behandeld. Studies leveren ook medische kennis en gespecialiseerde banen op. Daarnaast maken ze Nederland aantrekkelijker voor investeringen van farmaceutische en biotechbedrijven [1].
'Elke studie die Nederland misloopt, is een gemiste kans voor patiënten die wachten op een nieuwe behandeling', zegt Dineke Amsing, directeur beleid en samenwerking bij de VIG en secretaris van het DCRF-bestuur. 'Onderzoekers in Nederland behoren tot de wereldtop. Nu moeten we zorgen dat ziekenhuizen, netwerken en toetsingsorganen beter op elkaar aansluiten, zodat een studie hier snel en voorspelbaar van start gaat.'
Een eerdere Europese benchmark van DCRF vergeleek Nederland met onder meer België, Duitsland, Denemarken, Frankrijk en Spanje [1]. Nederland presteert wetenschappelijk sterk. Verbetering is wel nodig bij de start van studies, de deelname van patiënten en vroegefase-onderzoek. De DCRF ziet de grootste knelpunten in de opstartsnelheid, de voorspelbaarheid en de samenhang tussen de betrokken organisaties [2].
Het Nationaal Actieplan Klinisch Onderzoek werkt al aan verbeteringen. Het plan zet in op een snellere opstart, de patiënt als partner en sterkere onderzoekersnetwerken [1]. Eén doel is om de gemiddelde opstarttijd van een studie terug te brengen naar 50 dagen. Bij de start van het plan lag de opstarttijd nog rond de 200 dagen [3].
De verkenning bouwt voort op de benchmark en het actieplan. DCRF brengt in kaart wat al goed werkt en welke knelpunten studies vertragen. Ook onderzoekt de stichting welke taken beter landelijk georganiseerd kunnen worden en welke rol onderzoeksnetwerken en ziekenhuizen daarbij spelen [2]. Een nieuwe organisatie ligt niet vooraf vast. Eerst moet blijken wat aanvullend nodig is [2].
Tijdens de Werkconferentie Toekomstige Welvaart op 26 oktober vatte DCRF-voorzitter Bart Scheerder de ambitie samen. 'Onze wetenschap is sterk. Nu moet de uitvoering van klinische studies dat ook worden. Landelijk organiseren wat landelijk beter werkt, netwerken versterken en ziekenhuizen beter in staat stellen studies uit te voeren.' [4]
Amsing: 'In ziekenhuizen en netwerken gebeurt al veel goeds. Met deze verkenning kijken we eerlijk wat beter landelijk kan en wat dicht bij de patiënt in het ziekenhuis hoort. Als partner van de DCRF denken we daarover mee, samen met de andere aangesloten partijen.'
DCRF verwacht de uitkomsten in het eerste kwartaal van 2027. Ze vormen de basis voor concrete keuzes over de organisatie van klinisch onderzoek in Nederland [2].
Bronnen
[1] DCRF (2024, mei). Nationaal Actieplan Klinisch Onderzoek.