06/22/2026 | Press release | Distributed by Public on 06/22/2026 03:30
De situatie op het politieke en economische wereldtoneel bleef in de eerste helft van 2026 bijzonder gespannen, zeker sinds de POTUS op 28 februari samen met Israël operatie 'Epic Fury' lanceerde en de aanval op Iran inzette. Het 'memorandum of understanding' van 14/6, dat vorige week woensdag in Versailles werd ondertekend na bijna 4 maanden van militaire confrontaties, biedt nu 60 dagen de tijd om in een meer stabiele context tot een effectief akkoord te proberen komen.
De situatie blijft echter gespannen en Donald Trump onvoorspelbaar, dus de vraag blijft vandaag of dit memorandum de effectieve start van een succesvol onderhandelingstraject zal vormen.
In dit moeilijke klimaat volgden de financiële markten de voorbije 6 maanden voor een groot deel hun eigen realiteit. Terwijl de ene crisis de andere opvolgde, stegen de aandelenmarkten, voor een aantal indices zelfs tot historische hoogtes. S&P500, Nasdaq, Dow Jones, Nikkei en dichter bij huis de FTSE en Eurostoxx bevinden zich allemaal in recordzones.
De afgelopen 6 maanden was het onzekerheid troef in de wereld. Tientallen keren werd een akkoord over Iran aangekondigd door de Amerikaanse president, om er vervolgens niet te komen. Het blijven aanslepen van het conflict in het Midden-Oosten - naast Oekraïne, … - had gevolgen voor de wereldeconomie en de olievoorraden, maar de financiële markten hebben zich - na een correctiefase in maart - hersteld vanuit de verwachting dat het conflict vrij snel zou worden opgelost, zodra het staakt-het-vuur van kracht werd.
De komende 60 dagen zal dus moeten blijken of het 'memorandum of understanding' dat op 17/6 werd ondertekend, zal leiden tot een finaal akkoord onder meer over sancties, de bevroren Iraanse tegoeden en het nucleaire programma van Teheran.
De overeenkomst tussen de twee strijdende partijen ondersteunt AG's centrale scenario. Ondanks geopolitieke onzekerheden blijft de wereldeconomie veerkrachtig. De activiteit blijft over het algemeen groeien, hoewel Europa een tijdelijke vertraging doormaakt die het tweede kwartaal zal drukken. Dit vooraleer een geleidelijk herstel, gedreven door consumptie en investeringen, zich aandient.
In de Verenigde Staten blijft het momentum sterk, met name dankzij investeringen van huishoudens met een hoog inkomen in artificiële intelligentie. De recente inflatiestijging wordt veroorzaakt door de stijging van de olieprijs en zal nu naar verwachting opnieuw afnemen.
Deze recente inflatiedruk plaatste de centrale banken voor lastige keuzes: zo kampt de Fed in de VS met een ongekende interne verdeeldheid. Voor de Fed heeft prijsstabiliteit en een terugkeer naar de inflatie van 2% de hoogste prioriteit onder de nieuwe voorzitter, Kevin Warsh. Ondanks de ongelijkmatige banengroei blijft de centrale bank ervan overtuigd dat de werkloosheid laag zal blijven. Tegen die achtergrond verwachten de markten één of meerdere renteverhogingen.
In Europa kwam die renteverhoging er alvast, met de beslissing van de ECB op 11/6 om voor het eerst in drie jaar de rente te verhogen (van 2% naar 2.25%). Dit specifiek met de bedoeling om de inflatie, die fors is gestegen door de energieschok, te bestrijden. Met deze stap zette de ECB de deur open voor verdere verhogingen, terwijl de Fed de rente ongewijzigd liet.
De aandelenmarkten hebben sinds eind maart vooral de stijgende trend van 2025 verdergezet, gedreven door technologische ontwikkelingen in AI en sterke bedrijfsresultaten, ook buiten de technologiesector met bv. grondstoffen en energie. Deze 'value rally' is wat tot stilstand gekomen en de markt wordt nu opnieuw getrokken door technologie-aandelen.
Daar waar aandelen nog steeds in de winning mood zijn, is het leven voor de obligatiebelegger opnieuw wat meer uitdagend geworden. Over de ganse lijn gingen de obligatierentes de voorbije periode de hoogte in, gedreven door het verhoogde risico dat o.a. de oorlog in Iran teweegbrengt. De oplopende inflatie duwt zowel de korte termijn- als lange termijnrente omhoog.
Ondanks de onzekere geopolitieke context, de terugtrekking van de Verenigde Staten uit de klimaatakkoorden van Parijs en de evolutie van de Europese regelgeving rond duurzaam investeren, blijft AG trouw aan zijn engagement om op een verantwoorde manier te investeren.
Een andere pijler van het beleid van AG is om bij te dragen aan de decarbonisatie van de economie. AG heeft zich tot doel gesteld de koolstofintensiteit van zijn aandelen- en bedrijfsobligatieportefeuille, evenals van zijn investeringen in directe infrastructuurparticipaties, met 55% te verminderen tegen 2030 ten opzichte van het niveau van 2021. Eind 2025 stond de teller alvast op een daling van -54%.