Vrije Universiteit Brussel

03/27/2026 | Press release | Distributed by Public on 03/27/2026 00:05

VUB‑criminologe onderzoekt het Belgische vrijwillig terugkeerbeleidHet bevel om het grondgebied te verlaten, of het ‘vodje papier’ zoals het door politici soms wordt genoemd,[...]

VUB-criminologe onderzoekt het Belgische vrijwillig terugkeerbeleid

Het bevel om het grondgebied te verlaten, of het 'vodje papier' zoals het door politici soms wordt genoemd, is belangrijker dan wordt aangenomen

De zogenoemde 'vrijwillige terugkeer' is de voorbije jaren uitgegroeid tot een centrale pijler van het Belgische migratiebeleid, vaak voorgesteld als een humane en zachte keuze tegenover gedwongen uitzetting. Uit onderzoek van VUB-criminologe Laure Deschuyteneer blijkt echter dat die vrijwilligheid in de praktijk minder vanzelfsprekend is dan ze lijkt. In een recente publicatie in het wetenschappelijke tijdschrift Panopticon, in het kader van haar doctoraat over soft deportation en vrijwillige terugkeerprogramma's, legt ze bloot hoe subtiele vormen van macht en bureaucratische sturing de keuzes van migranten mee vormgeven. "Ze worden gestuurd door subtiele vormen van druk en macht", zegt Deschuyteneer. "Die druk zit niet in harde maatregelen, maar in procedures, documenten, gesprekken en taalgebruik."

In België kunnen migranten, die niet (langer) in het land mogen blijven, beroep doen op begeleiding en ondersteuning bij hun terugkeer, vaak inclusief financiële hulp. De overheid benadrukt daarbij het vrijwillige karakter van die beslissing. In 2024 begeleidde Fedasil 3.267 personen bij hun terugkeer naar het land van herkomst, een stijging van ongeveer 11 procent ten opzichte van 2023 en 22 procent tegenover 2022. Van die groep kreeg 76 procent ook re-integratiesteun. Toch toont het onderzoek dat die keuzes zich afspelen binnen een strak afgebakend kader. "Het aanklampend beleid, waarbij migranten actief worden opgevolgd en aangespoord om terugkeer te overwegen, is wettelijk verankerd", benadrukt Deschuyteneer. "Het zachte zit in de dialoog met de migrant, maar de macht zit in het feit dat die dialoog plaatsvindt binnen een kader dat door de staat wordt bepaald."

Een belangrijk onderdeel van dat kader zijn administratieve documenten. Deschuyteneer analyseerde de zogenaamde 'paper trails', de opeenvolging van documenten en beslissingen die migranten moeten doorlopen. "Het bevel om het grondgebied te verlaten, of het 'vodje papier' zoals het in het politieke debat soms wordt genoemd, is belangrijker geworden dan vaak wordt aangenomen", zegt ze. "In tegenstelling tot vroeger is het nu een noodzakelijke voorwaarde voor vrijwillige terugkeer: migranten moeten zich eerst melden bij de Dienst Vreemdelingenzaken en zo'n bevel krijgen om ondersteuning te kunnen ontvangen."

Die documenten zijn volgens de onderzoeker niet louter administratief, maar functioneren als krachtige instrumenten die tijdsdruk creëren, keuzes sturen en bepalen welke opties nog openstaan. De evolutie naar een beleid dat inzet op begeleiding en dialoog past binnen een bredere internationale trend die in de literatuur wordt omschreven als soft deportation, een vorm van migratiecontrole zonder fysieke dwang, maar met een sterk sturende uitkomst.

In België vertaalt zich dat onder meer in de zogenaamde ICAM-trajecten, waarbij migranten worden uitgenodigd voor coaching en opvolggesprekken. In 2024 werden 7.205 personen uitgenodigd voor zo'n traject, waarvan 2.990 door de politie werden geïntercepteerd op Belgisch grondgebied. Uiteindelijk vertrokken dat jaar 326 personen na een ICAM-begeleiding, waarvan 187 zelfstandig, 108 met ondersteuning van Fedasil en 31 via de Dienst Vreemdelingenzaken. Tegelijk verkregen 281 personen tijdens of na zo'n traject alsnog een legaal verblijfsstatuut. Niet iedereen verdwijnt dus uit beeld: een aanzienlijk deel blijft of regulariseert zijn situatie. "De zachte macht is niet absoluut", zegt Deschuyteneer. "Migranten ontwikkelen strategieën van verzet, bijvoorbeeld door zich op hun rechten te beroepen."

Het Belgische terugkeerbeleid is voortdurend in beweging. Fedasil coördineert al meer dan veertig jaar vrijwillige terugkeer, maar recente ontwikkelingen, zoals de versterkte rol van de Dienst Vreemdelingenzaken in aanklampende begeleiding, zetten het debat opnieuw op scherp. Ook institutionele hervormingen, zoals plannen om migratiebevoegdheden te bundelen binnen één federale overheidsdienst, kunnen grote gevolgen hebben. "Dat heeft niet alleen impact op de betrokken organisaties, maar vooral op de migranten zelf", zegt Deschuyteneer. "De vraag blijft hoe zulke evoluties zich verhouden tot internationale mensenrechtenstandaarden."

Hoewel haar onderzoek kritische vragen oproept, velt Deschuyteneer zelf geen normatief oordeel over het beleid. "Ik kan niet zeggen of het aanklampend beleid goed of slecht is. Het terugkeerbeleid moet in elk geval voldoen aan de mensenrechtenstandaarden", stelt ze. Haar analyse toont vooral dat de grens tussen vrijwilligheid en dwang niet zwart-wit is, maar zich bevindt in een grijze zone waarin de staat via subtiele mechanismen richting geeft, terwijl migranten proberen te navigeren binnen de mogelijkheden en beperkingen van het systeem.

Referentie

Deschuyteneer, L. (2026). (G)een vodje papier? Over de macht en werking van 'paper trails' in het Belgische terugkeerbeleid. Panopticon, 47(1), 34-50https://www.maklu-online.eu/nl/tijdschrift/panopticon/issue-1-januari-februari-2026/issue-1-januari-februari-2026/geen-vodje-papier/

Frans Steenhoudt Perscontact wetenschap en onderzoek

Lees meer

ES
Vrije Universiteit Brussel published this content on March 27, 2026, and is solely responsible for the information contained herein. Distributed via Public Technologies (PUBT), unedited and unaltered, on March 27, 2026 at 06:05 UTC. If you believe the information included in the content is inaccurate or outdated and requires editing or removal, please contact us at [email protected]